door Danny Post

Hoe het begon ….

Bob Crébas en zijn vrouw Carla Wobma waren twee van de mensen die in 1992 het eerste zaadje plantten voor Het Goed. Ze bewaren warme herinneringen aan die beginjaren en zijn nog steeds even bevlogen als toen. “Afval zit in onze genen.”

Een ontmoeting met Het Goed-oprichters Bob Crébas en Carla Wobma is een inspirerende ervaring. De twee zijn alweer 66 en 65 jaar oud, maar hebben nog de energie en het enthousiasme van een stel dertigers. Je snapt meteen waarom juist zij in 1992 de aangewezen personen waren om Neerlands allereerste landelijke organisatie van kringloopbedrijvigheid en werkgelegenheid op te zetten. Ze barsten van de ideeën, weten anderen continu te motiveren en zijn harde werkers. Bovendien is het altijd hun missie geweest om een betere wereld achter te laten. Kringlopen en recycling maken daarvan een essentieel onderdeel uit.

In dit eerste deel van het interview met Bob en Carla over: Hoe het begon …  In het vervolg: Goedzooi wordt Het Goed

Go Goedzooi

Hoewel de eerste winkel van Het Goed vijfentwintig jaar geleden werd geopend in Deventer, gaat de kringloopgeschiedenis van Bob en Carla nog eens tien jaar verder terug. In 1982 startten ze hun eerste kringloopwinkel Goedzooi in Emmeloord. Bob was toen al vijfentwintig maanden werkloos en het stel hield zich voornamelijk bezig met actievoeren. “Op een gegeven moment kregen we er genoeg van om te horen dat we overal tegen waren,” vertelt Bob. “We besloten dat we een positieve bijdrage wilden leveren aan de maatschappij.” Met een stel andere werkloze vrijwilligers openden ze Goedzooi. Niet iedereen was meteen overtuigd van het nut van kringloopwinkels en het hergebruik van oude spullen. Carla: “Toen wij die Goedzooi-winkel openden, reageerden sommigen glashard: ‘Nou, dat wordt niks.’”

Carla wist wel beter. Het recyclen van spullen kreeg zij met de paplepel ingegoten. “Al op mijn dertiende maakte ik van de oude broeken van mijn ooms een nieuwe broek voor mijn broer. Toen ik later in Arnhem op kamers woonde, ging ik de avond voordat het grofvuil werd opgehaald jagen in de straten. Wat mensen weggooiden, vonden wij geen rotzooi. Dat was góedzooi. Zo is die naam voor onze winkel ook ontstaan.”

Foto: Begin jaren ’80, het prille begin.

De schaamte voorbij

Vanaf de allereerste dag richtten ze zich op de doorsnee mens, legt Bob uit. “Niet de linkse, langharige vogels of de allerarmsten of immigranten. Nee, we wilden ons milieuverhaal verkopen aan het grote gemiddelde. Het bezoeken van een kringloopwinkel moest iets gewoons worden.” Een baanbrekend concept. Het lukte hen om het armoedige imago dat rond ‘zulke’ winkels hing, weg te nemen. Al kostte dat enige tijd volgens Carla. “Mensen schaamden zich om gezien te worden in een kringloopwinkel. Sommige mensen bij wie we meubels op moesten halen, wilden zelfs niet dat onze wagen voor hun deur werd gezien. Met pretogen: “Zelfs binnen ons eigen gezin speelde die schaamte soms op. Zo ging ik soms mee op de inzamelwagen om oud papier op te halen. Toen onze zoon Robin hoorde dat ik ook langs zijn school kwam, zei hij: ‘Als je dan maar wel wegduikt, hè?’” Zelf heeft Carla zulke schaamte nooit gevoeld. Nog steeds kan de blondine geen afvalcontainer voorbijlopen zonder er even in te duiken. “Ik ben een containerfreak. Dat vind ik zo spannend. Vooral als er ergens een huis wordt gesloopt. Ik móet weten wat erin ligt.”

Foto: Zo ging begin jaren ’80 het inzamelen herbruikbare goederen

Huh, zijn dat niet mijn spullen??

Bob en Carla hebben nog zoveel meer komische verhalen uit die pioniersjaren. Zo was er een verhitte discussie over wat ze wel en niet moesten verkopen in hun kringloop. Porno, propagandistische nazilectuur en bont gingen in de ban, maar sommigen wilden het liefst nog meer dingen op de zwarte lijst zetten. Bob: “Een van onze collega’s binnen Goedzooi vond dat er geen koelkasten en vriezers de winkel in mochten. Dat waren maar stroomvreters waar vuile gassen in zaten. Volgens hem kon je ook uitstekend zonder. Na lang debatteren besloten we dat we misschien een beetje te ver doorsloegen, haha.”

Weet Bob nog andere andere gekke voorvallen? “De man die bij ons in de winkel kwam en daar zijn eigen spullen zag. Zijn vrouw, met wie hij in scheiding lag, had alles weggegeven zonder dit te vertellen. Nog een grappig verhaal is dat van onze collega Marjan. Ze pakte spullen in voor een klant en dat werd een feest van herkenning. ‘Wat leuk, zoiets heb ik thuis ook. En dat ook.’ Langzaam bekroop haar het gevoel dat er toch iets niet helemaal klopte. Wat bleek? Onze chauffeurs moesten spullen ophalen in een boerderij waar toevallig ook de bezittingen van Marjan stonden. Ze had ze daar opgeslagen, omdat ze tijdelijk van huis verwisseld was. In hun enthousiasme hadden de mannen ook haar dingen lekker meegenomen!”

Blowen en pimpelen onder werktijd

Goedzooi groeide binnen enkele jaren uit van een werklozenproject tot een succesvol loonvormend bedrijf. Tegelijkertijd werd ook de rol van Bob en Carla prominenter. “Op een zeker ogenblik ontstond er een soort natuurlijke selectie,” verklaart Bob. “Wie ging er echt voor en wie niet? Sommige mensen binnen de groep hadden andere ambities en vertrokken. Bij Carla en mij zit afval echter in onze genen.”

De professionaliseringsslag ging niet zonder slag of stoot. Zo moesten ze enkele geliefde benevelde gewoontes opgeven, herinnert Carla zich. “Tijdens onze algemene vergadering op de maandagmiddag zaten we altijd te blowen en wijn te drinken. Heel gezellig, haha.” Bob: “Dat is onderling nog wel even een ding geweest. Waarom zouden we stoppen met blowen op ons werk? Dat kon toch best? Mijn broer Hans vond dat zulke zaken absoluut niet thuishoorden in een professioneel bedrijf. ‘Daar moeten jullie mee ophouden,’ adviseerde hij. ‘Leuk hoor een wijntje en een joint, maar bewaar dat voor thuis.’ Hans was daarin veel rechtlijniger dan ik en dat was achteraf gezien ook goed. Ik heb een hoop van hem geleerd.”

Foto: Het Goedzooi pand in Emmeloord

In deel 2 Goedzooi werd Het Goed